Een managementovereenkomst en het tussenschuiven van een persoonlijke holding zijn niet voldoende om aannemelijk te maken dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking meer bestaat met de voormalige werkgever.
Een financieel directeur, een technisch directeur en een commercieel directeur van een werk-bv hebben ieder een derde deel van de aandelen in een holding-bv. Deze holding-bv houdt 22,5% van de aandelen in de werk-bv. In 2007 besluiten de directeuren ieder een persoonlijke holding op te richten en daarin hun aandelen in de holding-bv onder te brengen. De werk-bv heeft de directeuren ontslagen waarna de directeuren in dienst zijn getreden bij hun persoonlijke holdings. De drie persoonlijke holdings vormen het bestuur van holding-bv. De drie persoonlijke holdings stellen hun werknemer ter beschikking aan holding-bv, die vervolgens de directeuren beschikbaar stelt aan de werk-bv. Tussen holding-bv en werk-bv wordt per 1 januari 2008 een managementovereenkomst gesloten. Holding-bv zorgt dat het feitelijk management wordt uitgeoefend en ontvangt daarvoor een managementvergoeding. Aan de financieel directeur wordt een beschikking vaststelling verzekeringsplicht werknemersverzekeringen afgegeven. De man is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. De vraag die beantwoord moet worden is of de directeur met ingang van 1 januari 2008 een werknemer is in de zin van de Werkloosheidswet ofwel zijn de directeuren door het tussenschuiven van hun persoonlijke holdings en met het afsluiten van een managementovereenkomst nog in dienstbetrekking bij werk-bv. Het staat niet ter discussie dat de directeuren sinds de jaren negentig tot en met 2007 in loondienst waren bij werk-bv. Het is daarom aan werk-bv om aan te tonen dat de feiten en omstandigheden sinds 1 januari 2008 zodanig zijn gewijzigd dat de relatie met de directeuren niet meer als dienstbetrekking kan worden aangemerkt. Volgens de financieel directeur blijkt de gewijzigde relatie uit het feit dat de gezagsverhouding en de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten niet meer bestaan. Het hof is het hier niet mee eens. De directeuren treden zowel voor als na 1 januari 2008 op als directeuren van de werk-bv. Indirect zijn de directeuren, gezien het minderheidsbelang van holding-bv in werk-bv inderdaad ondergeschikt aan de ava. Dat wordt niet anders door de managementovereenkomst. Ook blijven de directeuren volledig inzetbaar. Het hof komt daarom tot de conclusie dat aan de hand van feiten en omstandigheden onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat met ingang van 1 januari 2008 een wezenlijke verandering heeft plaatsgehad in de arbeidsrelatie van werk-bv met de directeuren. Na 1 januari 2008 is er dan ook nog steeds een privaatrechterlijk dienstbetrekking zoals wordt bedoeld in de Werkloosheidswet.
Bron: Hof Den Bosch 30-09-2011, nr. 10/00712 (LJN: BV0855) (gepubliceerd op 13-01-2012)